Wildgras En Viltlaag

Veeteelt gras kiezen en beheren: praktische gids voor NL

Breed Nederlands graslandperceel met dichte, gevarieerde grasmat en rustige achtergrond in helder seizoenslicht.

Met 'veeteelt gras' bedoelen mensen geen siergazon, maar productiegrasland: een stevige grasmix die je maait als ruwvoer of laat begrazen door dieren. De basis is een mengsel met Engels raaigras als ruggengraat, aangevuld met soorten als timothee, beemdlangbloem en eventueel rode klaver. Je zaait in het voorjaar of de vroege herfst met 40 tot 45 kg zaad per hectare, houdt de maaihoogte op minimaal 5 tot 6 cm, en stuurt de bodem met een jaarlijkse stikstofgift en periodiek kalken op basis van een grondmonster. Dat is de kern, maar de details maken het verschil.

Wat mensen bedoelen met veeteelt gras

De term 'veeteelt gras' duikt op bij producten zoals de Weidemix 11, een mengsel dat per 15 kg-zak wordt verkocht en expliciet voor veeteelt/graslandproductie is bedoeld. Het verschil met tuingras of een gewoon zaaimengsel is groot: het gaat om productiegrasland dat betrouwbaar hergroeit na maaien of begrazen, een goede voederwaarde heeft en bestand is tegen berijding en vertrapping. Je hoeft er niet op te liggen zonnebaden, maar je wil er wel kilo's droge stof per hectare uithalen.

In de praktijk valt dit uiteen in twee gebruiksdoelen. Bij maaigrasland oogst je het gras als hooi, kuilgras of vers snijgras. Bij beweidingsgrasland laat je dieren er direct op grazen, waarbij de zode slijtagebestendig moet zijn. Beide vragen een andere mengselkeuze en een iets ander beheer, maar de soortenbasis overlapt grotendeels.

Soms zoeken mensen naar veeteelt gras omdat ze een perceel of groot stuk grond willen omzetten naar productieve weide, of omdat ze na een droge zomer of een slechte winter kale plekken en mos zien en gericht willen herstellen. Zo'n aanpak sluit ook aan op schapen gras, waarbij je let op de juiste grasmix en het beheer voor een gezonde weide. Die situatie kennen de sibling-onderwerpen ook: wie last heeft van een viltlaag of slecht gras, herkent de uitdaging. Hier richten we ons specifiek op het grasland dat voeder moet leveren.

Welke grasbehoefte past bij jouw situatie

Overzicht van een perceel met drogere zandgrond links en natter/dichtere grasmat rechts.

Niet elk perceel vraagt hetzelfde mengsel. Bodem, waterhuishouding en gebruiksdoel bepalen welke soorten het beste presteren. Op droge zandgronden in Drenthe of Noord-Brabant kies je een mengsel met droogtetolerante soorten; op natte kleigronden in het Groene Hart vraag je om soorten die natte periodes verdragen. Onderzoek naar klimaatrobuuste gras-kruidenmengsels (onder andere van HAS Hogeschool) laat zien dat mengsels met beemdlangbloem op maaipercelen een hogere opbrengst kunnen halen dan puur Engels raaigras, zeker in drogere jaren.

Bodem/situatieAanbevolen soortenAandachtspunt
Zandgrond, droogtegevoeligEngels raaigras (droogtetolerante rassen), beemdlangbloem, festuloliumKies rassen met hoge droogtetolerante score; voeg klaver toe voor stikstofbinding
Klei- en zavelgrond, periodiek natEngels raaigras, timothee, beemdlangbloemVermijd te vroeg berijden na neerslag; drainage controleren
Veen- en laagveengrondTimothee, beemdlangbloem, veldbeemdgraspH snel verzuren; vaker kalken op basis van grondmonster
Beweidingsperceel (hoge traptolerantie)Engels raaigras (persistent ras), rietzwenkgrasVermijd ruw beemdgras in het mengsel; grazen bij te lage drogestof geeft meer vertrapping
Maaiperceel (ruwvoer)Engels raaigras + beemdlangbloem + rode klaverNiet te vroeg maaien in voorjaar; minimaal 5-6 cm stoppel aanhouden

Ruw beemdgras verdient aparte aandacht: het groeit snel op beschadigde of vertrappte plekken, maar het verdringt de betere productiegrassoorten en verlaagt de voederwaarde van je perceel. Barenbrug beschrijft treffend hoe ruw beemdgras 'z'n kans grijpt' zodra goede grassen uitvallen door berijding of natte omstandigheden. Zie je er veel van verschijnen, dan is dat een signaal dat je bodem- of gebruiksbeheer aan verbetering toe is.

Zaaien: rassenkeuze, hoeveelheid en timing

Welke rassen kies je?

Engels raaigras is de basis van vrijwel elk veeteelt-grasmengsel in Nederland. Kies rassen die hoog scoren op persistentie, drogestofopbrengst en ziekteresistentie. Kroonroest is het grootste probleem bij Engels raaigras in natte herfsten; kies bij voorkeur rassen met een goede roestwaardering uit het WUR Rassenbericht Grasland. Wintervaste rassen verdienen de voorkeur boven vroege, maar minder wintervaste typen. Timothee en beemdlangbloem zijn goede aanvullers, al kiemen ze iets trager dan Engels raaigras. Festulolium (een kruising van rietzwenk en raaigras) combineert goede opbrengst met droogtetolerantie en is de laatste jaren populairder geworden. Rode klaver in het mengsel levert stikstof via symbiose en verhoogt de eiwitwaarde van het voer.

Hoeveel zaad heb je nodig?

Voor herinzaai van een volledig perceel houd je een zaaihoeveelheid aan van 40 tot 45 kg zaad per hectare. Bij doorzaaien van een bestaand perceel is de hoeveelheid lager: 10 tot 15 kg per hectare is het gangbare advies (Agrifirm). Bij specifieke mengsels kan dit hoger liggen, DLF's SlowMaster-mengsel geeft bijvoorbeeld een doorzaaihoeveelheid van 150 tot 200 kg per hectare aan, maar dat is inclusief een vulcomponent. Houd bij aanschaf de verpakking en het specifieke productadvies aan: een 15 kg-zak graslandzaad is doorgaans bedoeld voor herinzaai van circa 0,3 tot 0,4 hectare.

Wanneer zaai je?

Maaiend productiegrasland met zichtbare maaihoogte en gras dat na het maaien weer fris doorloopt.

De twee beste zaaimomenten in Nederland zijn augustus/begin september en april/mei. De herfst heeft de voorkeur: de bodem is nog warm na de zomer, er is minder concurrentie van onkruiden en het jonge gras heeft tijd om zich te vestigen voor de winter. In het voorjaar zaai je als de bodemtemperatuur stabiel boven 8 graden Celsius uitkomt, doorgaans half april. De risico's zijn groter in het voorjaar: een droge april kan de kieming vertragen en jonge spruiten worden blootgesteld aan droogte voordat ze wortelen. DLF waarschuwt dan ook expliciet: 'niet zaaien met de zomer in je rug'. Zaai je toch in het voorjaar, kies dan een mengsel met snelkiemende componenten en wees klaar om bij te spoelen bij droogte.

Onderhoud voor productie: maaien, bemesten, water en onkruid

Maaihoogte en maaifrequentie

Trekker met kunstmeststrooier op groen grasland, mestkorrels vallen op het perceel.

Maai productiegrasland nooit lager dan 5 tot 6 cm. Lager maaien beschadigt de groeipunten van het gras en vertraagt de hergroei, waardoor de totale jaaropbrengst daalt. Bij beweidingsgrasland is de inschaarlengte (de hoogte waarop je dieren inlaat) bij voorkeur 15 tot 20 cm en je haal ze eruit als het gras terug is op 6 tot 8 cm. Zo geef je de zode ruimte om te herstellen en verklein je de kans op vertrappingsschade.

Stikstofbemesting

Stikstof is de meest bepalende voedingsstof voor grasopbrengst. Yara en de Adviesbasis Bemesting Grasland adviseren de stikstofgift te koppelen aan het gebruik: geef stikstof op het juiste moment voor de maai- of beweidingssnede en laat enige tijd zitten tussen bemesten en oogsten/grazen voor een efficiënte benutting. In Nederland geldt voor grasland een gebruiksnorm voor stikstof; hoeveel je kunt geven hangt af van grondsoort en gebruiksintensiteit. Als vuistregel voor hobbymatig gebruik: geef in het voorjaar een startgift van 40 tot 60 kg N per hectare bij het uitlopen van het gras (bodemtemp. boven 8 graden), en herhaal dit na iedere maai- of beweidingscyclus naar behoefte. Fosfaat en kali vul je aan op basis van een grondmonster.

Waterhuishouding

Productiegrasland heeft bij droogte extra water nodig, zeker in de eerste weken na inzaai. Op percelen zonder beregening is de keuze van droogtetolerante rassen en mengsels de belangrijkste maatregel. Op langere termijn verbetert een goede bodemstructuur (minder verdichting, meer worteldiepte) de droogtetolerantie structureel meer dan incidenteel beregenen.

Onkruidbeheer

Close-up van een grasmat met kale plekken en jonge grasgroei rond onkruid voor onkruidbeheer

Een dicht en goed groeiend grasbestand is de beste verdediging tegen onkruid. Kale plekken zijn een open uitnodiging voor ongewenste soorten: klavertjes, paardenbloem, distels en problematische grassen zoals kweek. Kweek is lastig omdat het zowel door zaad als via wortelstokken uitbreidt; bij ernstige aantasting is chemische bestrijding (glyfosaat) en herinzaai de meest effectieve aanpak. Paardenbloem en distel kun je mechanisch verwijderen als ze nog beperkt aanwezig zijn. Vermijd langdurig kort maaien: daarmee creëer je juist de kale plekken die onkruid nodig heeft.

Ontwikkelen naar sterk grasland: doorzaaien, verticuteren en beluchten

Doorzaaien: wanneer en hoe

Doorzaaien is de techniek waarbij je nieuw zaad in een bestaande grasmat inbrengt zonder die volledig te verwijderen. Agrifirm adviseert de herfstperiode als beste moment: de bestaande vegetatie geeft dan minder concurrentie aan het jonge zaad. In het voorjaar doorzaaien kan ook, maar vraagt meer precisie: de bestaande grassen groeien dan al actief en concurreren met het nieuwe zaad om licht en vocht.

DLF's doorzaaimensel DoorzaaiMax ProNitro is een praktijkvoorbeeld van een mengsel dat speciaal gericht is op het verhogen van het aandeel goede grassen zonder de zode compleet te vernielen. De hoeveelheid zaad bij doorzaaien is 10 tot 15 kg per hectare bij een standaard doorzaaimengsel; zorg dat het zaad goed bodemcontact maakt door na te walsen of de doorzaaimachine goed af te stellen.

Verticuteren op grasland

Verticuteren is bij productiepercelen minder gebruikelijk dan bij sportvelden of siergazons, maar dezelfde principes gelden. Een viltlaag van dood organisch materiaal belemmert waterinfiltratie, bevordert mos en verzwakt de grasmat. Als de viltlaag gras vormt door dood organisch materiaal, kan dat de doorlatendheid en groei van je grasmat flink remmen. Als de viltlaag meer dan 1 tot 2 cm dik is, is verticuteren zinvol voorafgaand aan doorzaaien. Verticuteren op grasland doe je bij voorkeur in het voorjaar of de vroege herfst, zodat het gras daarna snel kan herstellen. Na verticuteren ontstaan kale plekken: zaai die direct in met herstelgraszaad en bemest licht voor een vlotte hergroei.

Beluchten tegen bodemverdichting

Sleuf-/prikbeluchtingsmachine op grasland met zichtbaar opengewerkte bodem in het spoor.

Bodemverdichting is het sluipende probleem van beweid grasland. Zware dieren en natte omstandigheden dichten de bovenste grondlaag dicht, waardoor wortels minder diep gaan, waterafvoer verslechtert en het gras minder productief wordt. Beluchten met een woeler of grondluchter doorbreekt de verdichte laag zonder de zode volledig te vernielen. Verantwoordeveehouderij.nl beschrijft hoe je beluchten combineert met doorzaaien van snelkiemende soorten voor structureel herstel. Doe dit bij voorkeur in het vroege voorjaar of de vroege herfst, als de bodem niet te nat en niet te droog is.

Veelvoorkomende problemen: herkennen en oplossen

Kale plekken

Kale plekken ontstaan door vertrapping, rijschade, droogte, ziekte of een te dikke viltlaag. Diagnose eerste: is de oorzaak mechanisch (schade), biologisch (ziekte/plaag) of structureel (verdichting, viltlaag, slechte drainage)? Mechanische schade herstel je met doorzaaien zodra de weersomstandigheden het toelaten. Bij structurele oorzaken moet je die eerst aanpakken, anders vult het nieuwe zaad tijdelijk op maar keert het probleem terug.

Mos

Mos is een symptoom, geen oorzaak. Het vestigt zich waar gras zwak staat: te zure bodem, te weinig licht, slechte drainage of een dichte viltlaag. Op grasland is de meest effectieve aanpak: grondmonster nemen, pH corrigeren met kalk als die te laag is, eventueel verticuteren en daarna direct inzaaien. Mos chemisch bestrijden zonder de onderliggende oorzaak aan te pakken is zonde van het geld.

Schimmelziekten en kroonroest

Bij Engels raaigras is kroonroest de meest voorkomende schimmelziekte: oranjegele sporen op de bladeren, typisch in late zomer en herfst. Een zware aantasting verzwakt de grassen en maakt ze vatbaarder voor winterschade. Kies rassen met een goede roestwaardering uit het WUR Rassenbericht Grasland. Bij een bestaand perceel is de beste remedie het perceel op tijd maaien of beweiden zodra de ziekte zichtbaar wordt, zodat aangetast blad wordt verwijderd. Chemische bestrijding is in de praktijk op grasland nauwelijks rendabel.

Vlooien en andere insectenplagen

Op jonge graslandpercelen kunnen insecten zoals emelten of rouwvliegen schade geven aan kiemplanten. Let dus ook bij problemen in grasland met insecten, zoals rouwvliegen, extra op soorten en beheer die passen bij vlooien gras. Emelten (larven van de langpootmug) vreten aan de wortels en veroorzaken bruine, dode plekken die soms worden aangezien voor droogteschade. Trek een stukje zode los: zie je witte, slijmachtige larven (2 tot 4 cm), dan heb je een emeltenaantasting. Op beperkte schaal kun je percelen vochtig houden om het herstel te bevorderen; bij zware aantasting is herinzaai soms de enige optie.

Ruw beemdgras en andere ongewenste grassoorten

Ruw beemdgras (Poa trivialis) is de meest lastige ongewenste grasant in productiegrasland. Het grijpt snel zijn kans op beschadigde of natte plekken, verdringt de gewenste productierassen en verlaagt de voederwaarde. Je herkent het aan de lichtgroene kleur en de slappe, ietwat glanzende bladeren. Bestrijding is moeilijk: je kunt het niet selectief verwijderen zonder de hele zode aan te pakken. De beste strategie is preventie door een dichte en vitale grasmat te onderhouden en schade snel te herstellen door doorzaaien.

Preventie en lange termijn aanpak

Grondmonster: het startpunt van elk goed graslandbeheer

Neem elke drie tot vijf jaar een grondmonster, of vaker als je problemen ziet. Een grondmonster geeft je de pH-KCl, fosfaat, kalium en organische stofgehalte. Voor productiegrasland in Nederland is de streefwaarde voor pH-KCl afhankelijk van de grondsoort: op zandgrond ligt die rond 4,8 tot 5,5, op klei iets hoger. Zit je eronder, dan is kalk strooien de eerste en meest rendabele investering die je kunt doen. Een te lage pH verzwakt grasgroei, bevordert mos en maakt grassen vatbaarder voor ziekten.

Kalken: wanneer en hoeveel

Kalken doe je op basis van het grondmonster en de pH-KCl. De WUR Adviesbasis Bemesting Grasland en Voedergewassen geeft tabelwaarden voor de benodigde kalkgift per grondsoort en pH-verschil. Als vuistregel: op zandgrond met een pH-KCl van 4,5 heb je grofweg 1.500 tot 2.500 kg landbouwkalk per hectare nodig om naar het streefniveau te komen. Kalken doe je bij voorkeur in de herfst of vroege winter, zodat de kalk tijd heeft om in te werken voor het groeiseizoen. Gebruik gecertificeerde landbouwkalk en verspreid deze gelijkmatig over het perceel.

Beweidingsrotatie en gebruiksregime

Overbeweiding is de snelste manier om grasland te degraderen. Een perceel dat te lang en te intensief beweid wordt, raakt vertrappingsbeschadigd, verliest de goede grassoorten en wordt ingenomen door ruw beemdgras en onkruiden. Wissel percelen af: laat elk perceel voldoende rusten tussen beweidingen (minimaal 3 tot 4 weken in het groeiseizoen). Op een perceel dat je ook maait, combineer je beweiding en maaironden zodat de zode niet chronisch onder druk staat.

Praktisch onderhoudsschema per seizoen

PeriodeActieDoel
Februari/maartGrondmonster nemen; perceel inspecteren op kale plekken, mos en verdichtingDiagnose stellen voor het groeiseizoen
Maart/april (bodemtemp. > 8°C)Startgift stikstof (40-60 kg N/ha); eventueel beluchten bij verdichtingGroei opstarten; bodemstructuur verbeteren
April/meiEventueel doorzaaien bij kale plekken; eerste maai/beweidingssneedeZode dichthouden; ruwvoer oogsten
Mei t/m augustusMaaien/beweiden in rotatie; stikstof na iedere snede; maaihoogte minimaal 5-6 cmStabiele productie; hergroei beschermen
Augustus/septemberDoorzaaien bij open plekken (beste moment); eventueel verticuteren bij viltlaagHerstel voor de winter; grasmat verdichten
September/oktoberNajaarsbemesting (kali/fosfaat op basis van grondmonster); kalk strooien indien nodigVoedingsstoffenbalans; pH corrigeren
Oktober/novemberPerceel rust geven; laatste maai bij meer dan 8-10 cm; geen zware berijding bij natWintervast de zode in; verdichting voorkomen
WinterGrondmonster resultaten verwerken; zaadkeuze voor komend seizoen; eventueel kalkplan bijstellenVoorbereiding volgend groeiseizoen

Wie vandaag begint met een grondmonster en de pH in orde brengt, geeft het grasland de beste basis voor alles wat erna komt. Zaad, bemesting en doorzaaien zijn investeren in een perceel dat al op orde is. Zonder de juiste pH en bodemstructuur als fundament, herhaal je ieder jaar dezelfde problemen.

FAQ

Hoe herken ik bij aankoop of “veeteelt gras” geschikt is voor maaien of beweiden, en niet voor siergazon?.

Als je echt alleen productiegrasland wilt, kies dan een “graslandzaadmengsel” of weidemix, niet een gazonmix. Let bij verpakking op termen als raaigras voor grasland/blijvend grasland, maai- of weidegebruik, en de uitdrukkelijke bestemming voor veehouderij of graslandproductie. Gazons zijn vaak meer gericht op sierwaarde en hebben een andere samenstelling en gebruiksintensiteit.

Waar moet ik op letten om te zien of doorzaaien echt aanslaat, of dat ik alleen extra zaad heb ingevoerd?.

Bij doorzaaien of herinzaai kun je het verschil tussen “gezaaide hergroei” en “werkelijke verbetering” missen als je alleen naar zaadhoeveelheid kijkt. Meet daarom na 6 tot 10 weken de standdichtheid (aantal pollen/planten per m²) en kijk of het echt een dichte grasmat wordt. Blijft het open, dan zit het probleem vaak in pH, verdichting, drainage of te lage bemesting op het juiste moment.

Kan te veel of op het verkeerde moment bemesten met stikstof mijn veeteelt gras ook verslechteren?.

Voor veeteeltgras geldt geen één-op-één regel, maar bemestingsmomenten zijn cruciaal. Krijgt je perceel na het uitlopen te weinig stikstof, dan blijven opstart en dichtheid achter, waardoor mos en onkruid makkelijker winnen. Krijg je na bemesting te vroeg al een snede of teveel N, dan verhoog je kans op rankgroei, meer ziektegevoeligheid en lagere efficiëntie. Werk daarom met het gebruiksschema (maaironde of grazen) en breng bemesting zo vroeg mogelijk binnen voordat het gras duidelijk groeit.

Mijn veeteelt gras toont kale plekken na droogte, hoe weet ik of het verdichting of drainage is en niet alleen gebrek aan water?.

Ja. Een “kale” plek is niet altijd grasverlies door droogte. Check drainage en vertrapping eerst, want een natte of verdichte ondergrond herstelt slecht, zelfs met goed zaad. Praktisch: spitten of met een grondboor controleer vocht en beworteling, en kijk of het gebied na regen langer nat blijft. Zonder het structurele probleem terug te dringen, blijft doorzaaien telkens terugkomen.

Hoe herken ik vroeg insectenschade (emelten of rouwvliegen) in jonge graslandpercelen en wat is dan de beste aanpak?.

Rouwvliegen en emelten zitten vooral op jonge percelen en bij te lang wachten tot de zode dicht is. Als je veel kaaltes ziet in een patroon en het gras komt ongelijk op, controleer dan vroeg met een zode los trekken (op witte, slijmachtige larven). Bij emelten kan vochtig houden het herstel stimuleren, maar bij zware aantasting is herinzaai vaak de snelste route, omdat de kiemplanten dan al zijn opgegeten.

Wat is de praktische strategie als kroonroest opduikt bij Engels raaigras, en wanneer is ingrijpen echt zinvol?.

Voor Engels raaigras zijn rassenkeuze en timing van het oogstmoment je belangrijkste sturingsknoppen tegen kroonroest. Kies rassen met goede roestwaardering en maai of laat begrazing plaatsvinden zodra de ziekte zichtbaar wordt, zodat je aangetast blad afvoert. Verwacht geen snelle “genezing” via bestrijding op grasland, de winst zit vooral in tijdig inschakelen van het beheer.

Welk soortkeuzekader kan ik gebruiken op droge zandgrond versus natte kleigrond, los van de exacte mengselnaam?.

Verschillen in rouwgras, timothee of beemdlangbloem zijn vooral relevant voor hergroei en droogterespons. Als je perceel wisselend nat is, neem dan soorten in het mengsel die natte periodes verdragen en vermijd een te eenzijdig mengsel dat in natte momenten afsterft. Heb je vooral droogte en hitteproblemen, kies dan voor droogtetolerante componenten. Combineer dat met bodemverbetering (structuur), want zonder wortelruimte blijft zelfs een tolerant mengsel achter.

Hoe voorkom ik dat mijn beweidingsgrasland achteruitgaat door overbeweiding, ook als ik denk dat ik nog niet “te intensief” ben?.

Ja, overbeweiding kan je “strategie” in één seizoen terugzetten, ook als het begin goed was. Houd per perceel een minimale rustperiode aan in de groeifase, en voorkom dat dieren te lang op dezelfde plek blijven. Als je snel merkt dat het gras niet meer terugkomt op gewenste hoogte, is dat een signaal om te verlagen in intensiteit en eerst te herstellen voordat je opnieuw aansnijdt.

Wat is een slimme volgorde van maatregelen bij mos, zodat ik niet eerst door mechanisch werk mos verplaats en het daarna opnieuw aantreft?.

Bij mosvorming is kalken niet altijd voldoende en verticuteren niet altijd de eerste stap. Mos wijst vaak op zwakte door pH-probleem, te weinig licht of een dichte laag organisch materiaal. Werk daarom in volgorde: eerst grondmonster (pH corrigeren), daarna beheersmaatregelen zoals openmaken (waar nodig) en vervolgens direct inzaaien. Zo voorkom je dat mos terugkomt omdat de oorzaak blijft staan.

Wat zijn de belangrijkste praktische beslismomenten voor zaaien in augustus/begin september of in april/mei, los van de kalender?.

De regel is dat je niet “blind” op vaste periodes zaait, maar op bodemcondities en onkruiddruk. In het voorjaar is wachten op een stabiele bodemtemperatuur (boven circa 8 °C) nodig, en je moet rekening houden met droogte zodra de kieming start. In de herfst is de bodem nog warmer, maar let op dat je niet te laat zaait, anders wordt de vestiging voor de winter te zwak. Gebruik dus een weers- en bodemcheck naast kalenderdata.

Volgende artikelen
Klavertjes gras in je gazon: verwijderen of laten staan?
Klavertjes gras in je gazon: verwijderen of laten staan?

Ontdek wat klavertjes gras betekent en kies: laten staan of verwijderen. Met NL-stappen, maaien, bemesten en herstelplan

Viltlaag gras herkennen, verwijderen en voorkomen in NL
Viltlaag gras herkennen, verwijderen en voorkomen in NL

Herken en verwijder viltlaag gras met checklist, juiste verticuteer- en beluchtingsstappen en nazorg voor blijvend herst

Vlooien in gras herkennen en aanpakken in je tuin NL
Vlooien in gras herkennen en aanpakken in je tuin NL

Vlooien in gras herkennen en gerichte aanpak in je tuin: diagnose, maaien, strooisel weg, behandeling en preventie bij h